Wat zegt Meester Morya over ... ?

De boeken en teksten van Meester Morya staan vol talloze inzichten over heel verscheidene onderwerpen. Op deze pagina laten we je grasduinen in stukjes over een aantal interessante thema's (kies uit de lijst aan de linkerkant). In de meeste gevallen zijn deze fragmenten slechts een selectie; in de boeken zelf vind je nog (veel) meer!

De spiegelsfeer

Wijsheid 5Morya symboolDe spiegelsfeer is een sfeer die ieder mens kent. Altijd is er iets van spiegeling in de mens. Hij leert zichzelf kennen, maar hij is op deze aarde en op deze aarde is er altijd een spiegeleffect. Dat wil zeggen dat hij met zichzelf bezig is, zichzelf leert kennen en daardoor gaat hij in een soort reactie tegenover anderen staan.

En vanuit deze reactie leert hij zichzelf kennen. Dit is de spiegel. Hij zit dus voortdurend in een gevecht om zichzelf te worden, zichzelf te leren kennen en vooral de dingen te leren kennen die met zijn eigen leven te maken hebben. Hij zit in een opbouw van zijn eigen persoonlijkheid. Dit is de cocon waarin hij groeit. Het is het moederaspect in zijn eigen bestaan zodat hij weet: ‘ik ben mezelf aan het uitdrukken en mezelf aan het worden.’ Naarmate hij zichzelf uitdrukt en zichzelf aan het worden is, wordt hij geconfronteerd met de wereld door een soort spiegeling.

Een gelegenheid om zichzelf te leren kennen

Bijvoorbeeld: iemand is argwanend en als hij mensen ontmoet kan hij denken dat die mensen argwanend zijn tegenover hem of hij is ongelovig en hij ziet dan overal mensen die niet geloven of die niet doen wat ze geloven, enzovoort. Of iemand is ziek en dan kijkt hij ineens naar de mensen die ook ziek zijn en ziet hij daar een soort mogelijkheid in om zichzelf te rechtvaardigen van: ‘ik ben dit en dat en dat tegengekomen of ik heb dit en dat en dat gedaan of verkeerd gedaan of er is mij dit overkomen en dat overkomt de anderen ook.’ Hij ziet daar een solidariteit in, een gelegenheid om zichzelf te leren kennen en dan gaat hij ook naar mensen die met hem en met zichzelf geconfronteerd worden op dezelfde manier.

Zo leert de mens stilaan zichzelf kennen en komt hij stilaan tot de bevinding van wie hij is, wat er in hem is, enzovoort. Dit is het soort spiegeleffect dat hij nodig heeft om zichzelf te worden.

De persoon wordt bevestigd in de spiegelsferen

Wanneer de mens in de sferen gaat, is het eerste wat hij ontmoet de dingen die met hemzelf te maken hebben. Het is dan zo dat hij probeert zichzelf te worden met en vanuit het contact met de sferen en dat hij dan een spiegeling krijgt van: ‘wat is er in mij?’ Een verlangen naar grootheid, naar idealen, naar oneindigheid, naar dingen die prachtig zijn, naar een hemelse sfeer ... en dat ontmoet hij dan in de sferen. Het eerste wat hij daarin ziet, is een zelfbevestiging: ‘ik ben iemand die formidabel is, want men zegt dat.’ Dan is het allemaal te doen om de persoon. De persoon die als het ware bevestigd wordt in zijn zoeken en die een soort spiegeling krijgt van: ‘dit en dat en dat is allemaal in mij en het is fantastisch en het wordt bevestigd.’ Daardoor krijgt hij een zekerheid van: ‘ik ben goed bezig en ik ben daarmee en daarmee bezig.’ Dit is de spiegeling. Het is dus niet de echte wereld.

Als je de spiegel doorbreekt dan kan je in één keer zien hoe die ander zichzelf is en hoe de ander ook anders is dan jijzelf. Als je dus open komt voor de ander zoals die werkelijk is, doorbreek je de spiegel. Als je niet meer denkt over de ander en niet meer zegt: “De ander moet zo en zo en zo zijn.” Je doorbreekt de spiegel als je de ander aanvaardt zoals hij werkelijk is. Als je in de sferen gaat en niet belangstellend meer bent in jezelf en hoe je in een groei staat ten opzichte van de spiegeling, dan is het zo dat je de sfeer zelf laat spreken en niet meer van: ‘ik wil iemand zijn die formidabel is en ik wil eigenlijk bewierookt worden door die sferen.’ Want zolang er een soort egoïsme is en een soort egotrip in de mens, komt hij eerst in die spiegelsferen waar hij een bevestiging probeert te zoeken van zichzelf, van hoe geweldig hij eigenlijk wel is.

(...) Het eerste wat de mens tegenkomt is altijd de spiegeling. Het eerste is altijd dat hij gericht wordt om zichzelf beter te leren kennen en uiteindelijk leert hij ook de ander kennen zoals die in werkelijkheid is. Dit is ook zo in de sferen. Eerst wordt hij gericht op zichzelf, om zichzelf te oriënteren, zichzelf te leren kennen en later op wie de ander werkelijk is. Wie is de Engel? Wie is de Meester? Wie is God? Wie is ... noem maar op. De mens laat zich confronteren met de ander zoals die werkelijk is. Dan pas komt hij uit de spiegelsfeer. Dan komt hij in de werkelijkheid van het bestaan, van de Hiërarchie, van de dingen die er zijn.

De wetten van liefde, ook in de sferen

Dit veronderstelt een zuiverheid in de mens. Het veronderstelt ook dat er liefde is in de mens om de spiegelsfeer te kunnen doorbreken en de echte waarden te kunnen ervaren en aanvaarden die er vanuit de werkelijkheid, de grotere werkelijkheid, naar hem toe gebracht worden. Dit is het onderscheid: dat men in zichzelf de dingen naar voren brengt die belangrijk zijn.

Als je in gevoelens, in denken, in begeerten, in het lichamelijke ontplooien zit, kan je nooit de spiegelsfeer verlaten. Ga je in het hart leven en kom je in de diepte van het bewustzijn, van het goddelijke bewustzijn, om de universaliteit, de liefde te leren kennen op deze aarde, dan kan je de liefde leren kennen van het Goddelijke, ook in de sferen. Zie dus dat zowel op deze aarde als in de sferen dezelfde wetten gelden, namelijk de wetten van liefde. Die zijn openbarend en ze zijn zo dat ze de mens niet verslaven, niets voorspiegelen, dat ze de mens niet knechten. Ze bepalen de mens niet maar ze brengen hem verder in een openheid, in een groei, in een schoonheid, in de waarden van het Goddelijke die uitgedrukt worden. Daarvoor moet je een hele weg gaan. Dat betekent, als je naar de sferen gaat, dat je nuchter blijft ook in de sferen, dat je kijkt welke de werkelijke waarden zijn. Zoals ze op deze aarde zijn, zo zijn ze ook in de sferen.

Er zijn dus waarden, er zijn verschillende sferen en er zijn verschillende ervaringen mogelijk, net zoals op deze aarde. Het grote principe blijft: zo beneden zo boven, zo boven zo beneden. Wat hier op deze aarde rechtvaardig is en mooi, is ook in de sferen rechtvaardig en mooi. Er is dus veel schijn, er is veel spiegeling. Er zijn veel dingen die de mens proberen te bevestigen maar die aan de andere kant weer zo zijn dat ze de mens nog niet leren wat de werkelijkheid is.

Maak goed het onderscheid. Probeer zo te leven dat je eerst in deze wereld de echte waarde naar voren brengt in je leven, zodat je buiten de spiegeling komt.

(...) Als je dit op deze aarde kan leren dan kan je ook hetzelfde ervaren in de sferen. Maar als je het op deze aarde niet hebt geleerd, kan je het ook niet in de sferen leren. Het hangt dus aan elkaar vast. Je moet een hele weg afleggen én op deze aarde én in de sferen. Dat betekent dat je gericht wordt vanuit het dagelijks ervaren, door om te gaan met het kwaad en met alle dingen, om te kunnen komen tot het perspectief dat God gesteld heeft. Dat betekent: de aarde is goed, de mens is goed. Kijk naar de dingen die er zijn en luister naar alles, maak het onderscheid en ga verder dan het kwaad. Want het kwaad gaat een heel eind mee met de mens en het is belangrijk dat er kwaad bestaat want ook het kwaad bestaat vanuit God en heeft zijn bepaalde functie vanuit God.

Het is van belang dat je uiteindelijk het kwaad kan verlaten en in sferen kan komen die anders zijn en die een werkelijkheid hebben van een andere kwaliteit. Het is moeilijk om het op deze aarde tot een duidelijkheid te brengen voor jezelf omdat dit precies de weg is die voorgesteld wordt, de weg van licht. Ga deze weg zover tot je weet: ‘ik kom in het Goddelijke, ik kom in de vreugde, ik kom eigenlijk in het hart.’

Fragmenten uit Morya Wijsheid 5: Het woord in de stilte, blz. 125-133